Qpinch helpt globale industrie sneller en goedkoper naar nul-uitstoot

Geplaatst op 26 nov 2020

De industrie gebruikt in Europa ongeveer een kwart van alle energie en zorgt dus ook voor ongeveer evenveel CO2 uitstoot, globaal is dat aandeel nog hoger. Het gros wordt verbruikt als warmte – dus niet als elektriciteit. Als die warmte de processen verlaat, is ze onbruikbaar geworden en wordt die restwarmte gekoeld naar de omgeving. Het is een gigantische potentiële bron van energiebesparing als je daar nog iets mee kan doen. Dat is precies wat de Antwerpse scale-up Qpinch, een spin-off van de Universiteit Gent, wil bereiken. Zij wonnen net de prestigieuze ICIS Innovation Award van de petrochemie en wij vroegen Erik Verdeyen, de Chief Evangelist van Qpinch, waarom dat zo belangrijk is voor hen en wat Qpinch wil bereiken.

Hoe vat jij de cleantech innovatie van Qpinch samen?

Qpinch is geïnspireerd op het energieproces in de natuur: de ATP-ADP-cyclus in levende cellen. Onze cellen gebruiken chemie om energie op te slaan en weer af te geven. Dat werkt goed op lage temperaturen, maar het is niet geschikt voor industriële toepassingen. Wij hebben daarom gezocht hoe wij dit konden nabootsen met anorganische chemie en op veel hogere temperaturen. Onze uitvinding is dus een grootschalige kopie.

QPinch  werkingsprincipe

 
Werkingsprincipe van de Qpinch Heat Transformer

Onze installatie haalt een deel van de energie uit de restwarmte om er nieuwe proceswarmte van veel hogere temperatuur – soms wel tot 100 graden verhoging – mee te maken en die opnieuw in de processen gebruikt wordt. Wij maken dus van energie die volledig waardeloos lijkt,  nieuwe, perfect bruikbare warmte.
Die proceswarmte wordt meestal gemaakt van aardgas of andere fossiele brandstoffen, dus naast de financiële besparing – energie is soms zelfs de grootste kost in het productieproces – zorg je ook dat de uitstoot van CO2 drastisch verlaagt. In feite hebben wij een soort turbo uitgevonden om op een fabriek te zetten: die kan nu evenveel produceren met minder energie.

Hoe verhoudt Qpinch zich tot de concurrentie?

De reden waarom wij, door chemie te bekijken, in een andere richting gezocht hebben naar oplossingen voor energie-efficiëntie, is dat de bestaande warmtepomptechnologieën nauwelijks of niet op grote schaal en voor hoge temperaturen toepasbaar zijn in de industrie. We concurreren dus niet echt met bestaande warmtepompen;  er is een immens groter potentieel in die zone waar er nu geen oplossing is dat wij willen aanboren. Dat heet in de marketingliteratuur de zogenaamde “blue ocean” en het is de plek waar elk bedrijf wil zitten.
Om de uitstoot van het industriële energieverbruik naar nul te brengen heb je meerdere van de onderstaande drie strategische opties nodig  om er te geraken. Je kan ten eerste niet-fossiele bronnen gebruiken zoals groene stroom, biomassa, geothermie enz. Dat is echter niet eenvoudig want je spreekt over tientallen tot honderden megawatt warmte. In de grote complexen gaat het zelfs om gigawatts aan vermogen. Bovendien heb je die vaak 24 uur op 24 nodig – dat kan je niet vlug even vergroenen door zonnepanelen en windmolens bij te zetten.
Een tweede optie is om de CO2 op te vangen en op te slaan in de ondergrond, de zogenaamde Carbon Capturing & Storage (CCS) terwijl je nog fossiele brandstof blijft gebruiken. Aardgas is, zelfs in Europa, relatief goedkoop dus omschakelen naar elektriciteit kost aanzienlijk meer en CCS is een extra kost die bovenop de energierekening komt. De derde optie, die ook nog eens geld bespaart, is grootschalige energie-efficiëntie en dat is waar wij een doorbraak hebben. Het leuke is dat wij het aandeel verkleinen dat je met CCS en groene energie – die meer kosten – moet oplossen.

In feite gaat het niet om een keuze tussen die drie: de industrie zal alles uit de kast moeten halen. Grote adviesbureaus zoals McKinsey, Deloitte, Solomon & Associates en Concawe zeggen wel al jaren dat energie-efficiëntie de enige oplossing is die voor 2030 grote resultaten kan brengen, en bovendien ook de goedkoopste. Dus is het logisch dat ook heel wat Europese landen en het EU Innovatiefonds hierop inzetten met hun subsidiebeleid.

In de haven van Antwerpen kan onze technologie jaarlijks op korte termijn 200 000 ton CO2 besparen en op langere termijn is een miljoen ton niet onrealistisch.

Een bedreiging is eigenlijk dat ondernemingen en overheden ons nog niet zouden kennen en het korte-termijnpotentieel daarom over het hoofd zien. 

Wat betekent de ICIS Innovation Award 2020 voor Qpinch?

Dit is zowat de meest prestigieuze prijs voor de petrochemie en onze mailbox en social mediaberichten liepen vol met reacties. De jury was ook erg lovend. Als toplui van onder meer BASF – het grootste chemiebedrijf ter wereld! – en Accenture zeggen dat ze ons gekozen hebben omwille van de brede toepasbaarheid en dat dit een echte “game changer” is, dan heeft dat veel meer gewicht dan als wij dat zeggen. Normaal winnen grote chemiebedrijven deze prijs – nu dus klein duimpje uit Vlaanderen. Hun troostprijs is dat wij een fantastische oplossing voor hun probleem hebben. (lacht)

De aandacht rond deze erkenning schudt bedrijven waar we de voorbije jaren contact mee hadden ook opnieuw wakker. Sinds 2019 merk je dat netto-nul-uitstoot tegen 2050 hoog op de prioriteitenlijst gekomen is. Het is een strategische doelstelling geworden en bedrijven gaan duizenden miljarden euro moeten investeren de komende twintig tot dertig jaar.
Deze erkenning brengt veel zichtbaarheid bij de mensen die klimaatoplossingen als de onze zoeken – en ook bij de mensen die over de centen beslissen op de hoofdkwartieren en die zitten in ons geval altijd in het buitenland.

Lokaal hoop ik dat deze award wat meer aandacht brengt voor het potentieel van energie-efficiëntie in de petrochemische industrie. Of misschien zeg ik beter “opnieuw aandacht”. Vlaanderen is daarin altijd koploper geweest. Dat moest wel met zo’n hoge energieprijzen want anders hadden we hier geen industrie meer. Maar in het publieke debat hier gaat het hoofdzakelijk over de belofte van CCS en waterstof vanaf 2030 en verder terwijl er nog veel potentieel is om industriële energie en dus ook CO2 te besparen en wel nu direct.

Wat betekent  internationalisering voor Qpinch? In hoeveel/welke landen is Qpinch actief momenteel? 

99,5% van ons marktpotentieel zit buiten Vlaanderen. Wij hebben weliswaar de grootste petrochemische cluster van Europa in de haven van Antwerpen – en daar zitten ook enkele van onze eerste klanten – maar er zijn duizenden petrochemische plants wereldwijd. Voeg daar nog de grote voedings- en papierfabrieken bij en je zit met honderden bedrijven die wij kunnen helpen om op grote schaal CO2 en geld te besparen. Onze focus ligt nu vooral op de petrochemie in regio’s waar de energiekost hoog is en bij bedrijven die het voortouw nemen om te investeren in grootschalige emissiereductie. Samengevat is dat dus de EU, het VK, delen van Azië en het Midden-Oosten. Wij gaan dat uiteraard niet alleen doen: onze installaties worden gebouwd door grote, gespecialiseerde bedrijven in de petrochemische sector en wij sluiten partnerships af met ondernemingen die onze technologie mee integreren in hun oplossingen.

Als cleantech-firma ben je altijd een internationaal bedrijf. Dat is niet evident als je maar met twintig bent – zelfs niet met honderden mensen. Daarom zijn organisaties als Cleantech Flanders en Flanders Investment & Trade cruciaal. De lokale contacten van FIT en de gerichte promotie van Cleantech Flanders en FIT kunnen veel sneller deuren openen en veel tijd – en werk – besparen. Overal waar we komen lopen wij langs bij de FIT-vertegenwoordiger om ons te introduceren. Tegenwoordig is dat dus met Zoom (lacht). Het is alsof je een nieuwe collega hebt want de reacties zijn altijd erg enthousiast en zij zijn onze ambassadeurs en zelfs een uitbreiding van je verkooporganisatie in al die interessante landen. Die meerwaarde valt niet te onderschatten.


Heeft Corona een effect gehad op Qpinch? En hoe gaat Qpinch om met de coronacrisis? 

De coronacrisis was vervelend, want het heeft de ondertekening van een aantal bestellingen en de opstart van onze eerste installaties wat vertraagd, maar dat komt wel goed. Ook kunnen wij makkelijk van huis werken en onze ingenieurs, die op de werven zijn of in onze grote hal in de haven, zijn in open lucht of in een open omgeving waardoor je corona-veilig kan werken. Dat valt dus nogal mee.

Hoe ziet de toekomst eruit voor Qpinch?

Nu onze eerste installaties live gaan en onze technologie op grote schaal demonstreren wordt het makkelijker om nieuwe klanten te overtuigen. We willen vooral bedrijven die Qpinch in al hun fabrieken willen uitrollen via een programma. Daarnaast gaan wij ook partnerships aan met firma’s die onze units kunnen bouwen of integreren in hun oplossingen voor de grootindustrie. Dat betekent dat wij binnenkort flink wat ervaren ingenieurs moeten aanwerven om die groei aan te kunnen.

Dat wij zover zijn geraakt is ook zo dankzij de overheidssteun van Vlaio en hulp van VITO, o.m. in Onderzoek & Ontwikkeling. Daarop gaan wij verder inzetten, want wij hebben een tweede productlijn die voor lagere temperaturen in de voeding- en papierindustrie heel wat kan betekenen en die wij ook willen klaarmaken voor uitrol.

De verre toekomst? Wij gaan een flinke deuk maken in de CO2-uitstoot van de globale industrie!

Andere interessante artikels

De auto van de toekomst wordt steeds lichter

Geplaatst op 26 jan 2021

Zal goedkopere hernieuwbare energie de groene transitie in 2021 versnellen?

Geplaatst op 19 jan 2021

BOSAQ bezorgt afgelegen locaties proper drinkwater

Geplaatst op 16 dec 2020